Saskia Laseur kan acht jaar Stadsgoed niet in één woord samenvatten: ‘Het is het beste van al die werelden’
Bij een afscheid schieten woorden vaak tekort, maar niet als je acht jaar met veel plezier een bijdrage hebt mogen leveren aan de groei van ‘een van de mooiste delen’ van Amsterdam. In 2024 kwam er een einde aan Saskia Laseur haar lidmaatschap van de Raad van Commissarissen van Stadsgoed. Wij zochten haar op voor een gesprek over focus, huurders, stabiliteit, ontwikkeling en vertrouwen.
Het interview is nog maar even onderweg als Laseur al serieus moet nadenken. “Ik ga er toch een paar woorden van maken”, zegt ze na een paar seconden op de vraag welk woord het beste haar periode bij Stadsgoed samenvat. Volgens Laseur is Stadsgoed ‘het beste uit alle werelden’. “Je kunt als compacte organisatie zó goed functioneren als je weet wat de opdracht is, en die is in dit geval financieel rendement maken. Maar ook dat je van meet af aan hebt gezegd dat je ook maatschappelijk rendement moet maken.”
“Dat je elke keer weer moet nadenken wat die maatschappelijke doelen zijn en dat je dit dan doet met juist de culturen en structuren van alle verschillende organisaties die als aandeelhouder betrokken zijn”, vervolgt Laseur. “Dat zijn de institutionele beleggers, de woningcorporaties. En vervolgens de stad Amsterdam, want dat is nou eenmaal het werkgebied. Dat is de inner circle. Daaromheen heb je allerlei samenwerkingen. Voor mij is Stadsgoed als samenwerkende partij een cruciale schakel in dit geheel, dus vandaar het beste uit al die werelden.”
Focus en huurders
Tijd voor een slokje van haar thee heeft Laseur nog niet gehad. Terugblikken op haar periode bij Stadsgoed roept veel woorden bij haar op en deze wil ze dolgraag kwijt. “Als ik echt één woord zou moeten kiezen, dan is dat focus. Ik heb enorm genoten van de focus die deze organisatie heeft. Die gaat langs de lijn van de goede huurders.”
Dat brengt haar op het volgende woord: huurders. “Dat is ook écht wat ik zou willen zeggen: de huurders zijn goed voor Stadsgoed en Stadsgoed is goed voor de huurders. Daar gaat het om. Mensen moeten zich gehoord voelen. Als er wat is, dan melden ze zich en dan komt deze organisatie meteen in actie. Je woont in goede woningen. Er wordt een beetje van je verwacht dat je actief meedoet in het leefgebied en dat je daar een positieve bijdrage aan levert. Zo probeer je de huurders ook te ‘verwennen’: met goede woningen en als er wat aan de hand is, los je dat op.”
Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als een huurprijs toch net iets te hoog blijkt. “Dan kijk je in het bestand of er een compactere woning beschikbaar is die beter bij de huidige situatie past. Dan komt er weer een woning vrij en daar kun je dan bijvoorbeeld een verduurzaming laten plaatsvinden. Ik noem het altijd ‘het bootje trimmen’ en ik vind dat dit binnen Stadsgoed in perfectie wordt uitgevoerd. Dat maakt ook dat je als commissaris voortdurend kijkt naar hoe je een controlerende, maar ook een stimulerende rol kunt vervullen in het spel tussen verschillende aandeel- en certificaathouders.”
Stabiliteit en vertrouwen
“Dan kom ik wéér bij een woord: stabiliteit. Dat is heel belangrijk, in de zin van goed luisteren naar wat de certificaathouders belangrijk vinden en omgekeerd op een gegeven moment ook aangeven dat als dingen goed lopen, je in een begroting of jaarplan bepaalde afspraken kunt maken. Dan kan een bestuurder daarbinnen voorstellen doen en die kunnen dan goedgekeurd worden door de RvC. Ik denk dat we daarin een enorme ontwikkeling hebben doorgemaakt. Daardoor is er vertrouwen ontstaan.”
Vertrouwen komt niet vanzelf, weet Laseur. Volgens haar hebben de ‘ongelooflijk professionele’ kwartaalrapportages daarin een grote rol gespeeld. “Daarin staat eigenlijk alles. Het totale dashboard dat daar samenkomt, dat gaat uit van het jaarplan en de maatschappelijke doelen die we willen realiseren. Door dat op te nemen in het kwartaalrapport dwing je jezelf om het elke keer weer inzichtelijk te maken. Maar je weet ook dat je in het volgende kwartaal weer wat wil melden, dus je bent altijd gefocust om die maatschappelijke doelen te realiseren.”
Trots op de binnenstad
Laseur haar periode bij Stadsgoed valt inderdaad niet in één woord samen te vatten. En dan is de ontwikkeling van de binnenstad van Amsterdam nog niet eens ter sprake gekomen. “Het is een van de mooiste delen van de stad. Als je nu ziet hoe zo’n Geldersekade zich helemaal heeft ontwikkeld… Acht jaar geleden ging het nog om het potentieel. Dat geldt ook voor het Sint Annenkwartier, waar je nu een heel gave combinatie van ondernemers hebt die elkaar naar een hoger niveau tillen.”
Ze kan nog ‘veel meer’ plekken benoemen die in haar ogen een fraaie metamorfose hebben doorgemaakt. Maar Laseur is vooral trots op het feit dat Stadsgoed ook zijn nek uitsteekt voor straten en winkelgebieden die onder druk staan. “Het is niet zo dat wij vanuit Stadsgoed alleen maar kijken naar de meest kansrijke delen van de wijk. Ik ben daar niet altijd heel positief over, omdat ik zie dat behoorlijk wat gebieden écht onder druk staan. Tóch ben ik trots dat Stadsgoed zegt: wij stappen in zo’n lastige straat om het zelf te ervaren en uiteindelijk ook een gesprekspartner te zijn.”
Laseur blijft de ontwikkeling van de binnenstad met veel interesse op de voet volgen. Als commissaris was ze er jarenlang nauw bij betrokken en vrijwel meteen op de hoogte van de laatste updates. Die gaat ze missen. “Wij als commissarissen zijn ook trots als we door het centrum lopen en zien dat het verduurzaamt of dat een pand dat eerst levensgevaarlijk was inmiddels veilig is om te kunnen bewonen. Dat je daar elke keer van op de hoogte wordt gebracht, met eigen ogen ziet dat het klopt en ook gewoon de fijne samenwerking… Die creëer je met elkaar.”
“Het unieke wat je aan zo’n stad kunt toevoegen: een besluit nemen en zien dat het werkt. Daar hebben we het elke keer weer over. Dat is een manier van betrokkenheid die er dan niet meer is, in elk geval niet meer zo direct”, zegt Laseur. Een korte stilte volgt. Dan besluit ze: “Ja, dat ga ik missen.”