Na veertig jaar Nieuwezijds Kolk is het voor Willem Wentholt mooi geweest: ‘Ik moest er een keer mee stoppen’
Het repareren van lederwaren is Willem Wentholt met de paplepel ingegoten. Maar wie denkt dat het in gesprek met de inmiddels gepensioneerde tassenreparateur alleen over de inhoud van zijn werk gaat, heeft het mis. Wentholt vestigde zich begin jaren tachtig met zijn zaak Wentholt Luggagerepairshop op de Nieuwezijds Kolk en heeft daar ruim veertig jaar van alles meegemaakt. We zochten hem op en blikten terug op een bijzondere periode.
We troffen weliswaar voorbereidingen voor het interview met Wentholt, maar de lijst met vragen blijkt overbodig. Wentholt is een open boek. Vanaf het moment dat je de eerste pagina voor je hebt, word je vanzelf de rest van het verhaal ingetrokken. Hij gaat geen onderwerp uit de weg. Na een korte rondleiding door zijn huis, ploft hij neer op zijn zetel en begint hij te vertellen over zijn tijd als tassenreparateur op de Nieuwezijds Kolk.
3500 gulden
Het begon allemaal met een advertentie in de krant. “Op een dag zat ik in de trein en las ik dat er op de Nieuwezijds Kolk een ruimte te huur stond. Dat was bij mij om de hoek. Ik moest toen weg uit de Dirk van Hasseltsteeg. Ik nam contact op met de eigenaar. Toen ik naar de Nieuwezijds Kolk ging, was het één grote, lege ruimte, die helemaal doorliep naar de Sint Jacobsstraat. Dat was veel te groot voor mij. Ik wilde er daarom graag een stukje van huren. Dan moest er wel een muur komen. Ik heb er zelf voor gezorgd dat die er kwam.”
Al snel blijkt: Wentholt is een manusje van alles. En hij is ook zeker niet op zijn mond gevallen. Toen de nieuwe verhuurder de huurprijs wilde verhogen van 1200 naar 3500 gulden, zei Wentholt: dat gaat niet gebeuren. Hij klopte aan bij een advocaat die gespecialiseerd was in huurrecht. Helaas voor Wentholt resulteerde de zaak niet in een overwinning. Zo leek het in eerste instantie althans.
“Mijn advocaat en ik wisten het niet, maar blijkbaar had die organisatie alle panden gekocht en hadden alle huurders de nieuwe, hoge huren geaccepteerd. Er werd een huurbeëindiging opgesteld, maar ik kreeg wel achttien maanden de tijd om een andere locatie te vinden en mijn hele zooitje te verhuizen. Dat was wel heel erg netjes.”
Gelukkig voor Wentholt hoefde hij uiteindelijk helemaal niet te verhuizen. “Twee maanden later kwam er een meneer binnen met een mapje onder zijn arm. ‘Dag, wij zijn de nieuwe eigenaar van het pand’, zei hij. De man was van woningbouwvereniging Het Oosten, dat alle panden daar had aangekocht. Hij dacht dat ik de huur had opgelegd, maar dat was niet zo.”
Wentholt legde de situatie uit en werd beloofd dat hij een nieuw huurcontract zou krijgen. Dan zal de huurprijs wel omhoog gaan, dacht Wentholt. “Mits het redelijk is, heb je aan mij geen kind. Ik dacht dat de huur richting de 1600, 1700 gulden zou gaan. Maar nee hoor: ik ging juist elf gulden minder betalen.”
Georgische man ‘geadopteerd’
Wentholt vertelt het met een grote glimlach op zijn gezicht. Een turbulente start van zijn avontuur op de Nieuwezijds Kolk en enerverend zou het de daaropvolgende jaren blijven. Hij kan er zo anderhalf uur over volpraten, maar dat wil niet zeggen dat hij op elke vraag (meteen) een antwoord paraat heeft. “Mijn periode daar in één woord samenvatten? Dat is onmogelijk. Daarvoor is te veel gebeurd. Ik heb daar vechtpartijen en steekpartijen meegemaakt. Leuke dingen, maar zeker ook nare dingen.”
Bijzonder is het verhaal dat Wentholt een man uit Georgië zowat van de straat heeft geplukt. “Hij lag buiten onder een paar kartonnen dozen te klappertanden van de kou. Dat hoorden we, dus toen heb ik hem mee naar binnen genomen. Hij was op een gegeven moment verdwenen, maar na twee jaar stond hij weer voor mijn neus. ‘Remember me?’, zei hij, en vroeg of ik nog een slaapplek voor hem had.”
Niet in zijn winkel, maar in zijn woning had Wentholt wel een kleine kamer die precies ruimte bood voor een eenpersoonsmatras. “Toen heb ik hem daar een tijdje laten slapen. Hij is heel droevig overleden aan kanker. Hij had geen papieren, niets. De politie heeft hem twee maanden in een koelcel gehouden en geprobeerd uit te zoeken wie hij nou precies was, maar hij is hier uiteindelijk als ‘onbekende dode’ begraven. We hebben toen stukken hout geschilderd in de kleuren van Georgië en Nederland, zijn naam erbij gezet, een fotootje erbij gedaan en in plastic verpakt.”
Warme band met de klanten
Een ander helpen is natuurlijk precies wat Wentholt in zijn winkel ook deed. Daarbij kon hij rekenen op de hulp van zijn vrouw Fadau. Zij is er inmiddels bij komen zitten en beaamt dat de Wentholt Luggagerepairshop een fijne plek was om te zijn. Ze vindt het jammer dat ze er niet meer met z’n tweeën staan. “Als je van je werk houdt, dan doe je het gewoon. Je wil graag mensen blij maken. Het ging bij ons niet om het financiële plaatje, maar om de vriendschappen. Sommige klanten zijn vrienden van ons geworden. Dat is echt top.”
De waardering van de klanten zorgde er onder meer voor dat Wentholt het werk tot zijn tachtigste heeft ‘volgehouden’, ondanks het feit dat hij in 2020 al riep dat het moment dat hij zou gaan stoppen steeds dichterbij kwam. Hij geeft toe dat hij in 1993 al dacht aan stoppen. Zijn 65e verjaardag vond hij een mooi moment. Als we dit interview afnemen, zijn we vijftien jaar verder. “Ronald, de directeur van Stadsgoed, kwam ook een keer naar me toe. ‘Willem, wanneer stop jij er nou eens mee?’, vroeg hij zich af. Toen zei ik: ‘Als ik tachtig ben, Ronald. Als ik het haal, dan stop ik op mijn tachtigste.’”
Op 6 november 2024 blies Wentholt tachtig kaarsjes uit en tien dagen later nam hij geen klussen meer aan. Hoe het Wentholt bevalt, het leven van een pensionado? “Waardeloos. Ik krijg alleen maar brieven met: ‘Meneer Wentholt, als huurder van de Nieuwezijds Kolk 4 H moet je nog zoveel geld betalen aan…’ Sodemieter op, daar heb ik toch helemaal niks meer mee te maken. Ik heb nog geen dag gehad dat ik even op m’n lauweren kon rusten.”
Dat heeft hij tijdens dit interview bijna twee uur kunnen doen. Zijn tijd op de Nieuwezijds Kolk in één woord samenvatten gaat hem, zo herhaalt hij, écht niet lukken. Máár: “Ik ben er eigenlijk nooit met tegenzin aan het werk gegaan. Ik moest er een keer mee stoppen. Dan kwamen er elke keer weer nieuwe dingen en werd het nóg drukker. Op een gegeven moment kon ik het niet meer aan. Maar ik heb heel fijn gewerkt daar, absoluut.”