5 min leestijd

‘Het grote verschil met andere partijen? Heb je even?’

Arjen Hoogeveen is nog altijd heel blij met Stadsgoed: ‘Het grote verschil met andere partijen? Heb je even?’

Als er iemand op het stadhuis is die heel goed kan vertellen wat Stadsgoed doet en allemaal al heeft betekend voor de Amsterdamse binnenstad, dan is het Arjen Hoogeveen wel. De contacten tussen Stadsgoed en Hoogeveen lopen inmiddels al twintig jaar en over die periode valt er natuurlijk veel te vertellen. In een kamer met uitzicht op het Waterlooplein gaat het vooral over de veranderingen in het centrum, de Aanpak Binnenstad en welke rol Stadsgoed daarin speelt.

Om meteen met de deur in huis te vallen: wat is het grootste verschil tussen Stadsgoed en andere vastgoedpartijen?

“Heb je even? Om te beginnen is Stadsgoed véél alerter op de programmering, dus in hoeverre een bepaalde functie aansluit bij je gewenste profiel van de straat. Bij een andere vastgoedpartij voert uiteindelijk toch de financiële parameter de boventoon. Daarnaast heeft Stadsgoed een heel lokaal team, dat gaat dan ook over het team dat in de buurt bekend is en de verbouwingen doet. Stadsgoed levert bovendien een belangrijke bijdrage aan de sociale structuur in de buurt.”

“En wat je niet of nauwelijks bij andere partijen ziet: het werken met ingroeihuren, waardoor nieuwe partijen, die anders geen poot aan de grond krijgen, tóch kunnen landen in de binnenstad en zich kunnen ontwikkelen zodat ze die huren uiteindelijk wél kunnen betalen. Maar ik denk ook de intrinsieke en heilige overtuiging en motivatie dat je iets voor het algemene doel dient in de stad. Dat zit een beetje in de cultuur van de werknemers en hoe ze opereren. Dat is ook cruciaal. Het gaat uiteindelijk ook om eigenaarschap, dat je zelf de pijn voelt als er iets niet lukt.”

 

 

Het maakt in de binnenstad bijna niet uit wie je spreekt, je hoort altijd wel het woord ‘betrokken’ terugkomen. Vat dat, volgens jou, het karakter van Stadsgoed ook goed samen?

“Betrokkenheid zeker, maar ik denk ook eigenheid. Ik heb genoeg ondernemers aan tafel gehad die dan zeggen iets te willen beginnen op een specifieke locatie. Dat is dan moeilijk in te passen in het bestemmingsplan en dan vragen ze meteen of ze een ander concept op die plek mogen exploiteren. Dan weet je na twee zinnen al: dit gaat ‘m niet worden.”
“Je gelooft heilig in je intrinsieke overtuiging dat je een ondernemer hebt die ook heel erg voor zijn product staat, naast de sociale betrokkenheid die een ondernemer moet hebben. Daarop selecteren doet Stadsgoed ook heel goed. Dat is heel erg van belang, want dan krijg je ook echt kenmerkende kwaliteit die afwijkt van de standaard meuk die vaak komt opdagen. Maar dan moet je ook wel een scherp oog hebben voor originaliteit en eigenheid van de ondernemers.”

De Aanpak Binnenstad is er nu een paar jaar. In hoeverre is het al een beetje gelukt om de plannen te realiseren?

“We hebben een flink aantal projecten bedacht en daar rollen dan maatregelen uit. Heel veel daarvan zijn gelukt. Is het effect dusdanig groot dat in de belevingswereld van bewoners en ondernemers de verbetering ook echt zichtbaar is? Dat wisselt heel erg natuurlijk, omdat je ook hier te maken hebt met bepaalde mechanismes die je moeilijk kunt voorzien. Maar als je al die maatregelen niet had genomen, dan was de situatie echt nog veel slechter geweest.”

Wat moet er nog gebeuren?

“Waar we echt nog naartoe moeten, is dat we nog veel meer professionele Amsterdamse partijen in de binnenstad een warm hart toedragen en zelf ook een drager laten zijn van een mooiere 25 binnenstad. Dat was al de filosofie van Stadsgoed en is nu ook die van de gemeente. Maar dat kunnen de gemeente en Stadsgoed niet alleen, dus het is ook de kunst om een Coalition of the Willing te ontwikkelen. Hoe zorgen we ervoor dat alles wat in de binnenstad wordt verdiend, ook weer ten goede komt aan de lokale gemeenschap? Dat zijn langdurige en ingewikkelde processen waar je gewoon heel veel tijd in moet steken.”

 

 

Het was met de Aanpak Binnenstad ook het streven om de samenwerking met onder meer Stadsgoed te versterken. In hoeverre zijn jullie dichter bij elkaar gekomen?

“Het was na Project 1012 eerlijk gezegd een beetje ingekakt, de samenwerking tussen de gemeente en Stadsgoed. Dat merkte je gewoon even. Dat project is toen afgerond, in de lijn gegaan en in de lijn hebben mensen ook gewoon heel veel andere dingen te doen. Dan waait het een beetje weg, maar met de Aanpak Binnenstad hebben we de samenwerking weer verstevigd. Dat heeft ook te maken met het feit dat we binnen de gemeentelijke organisatie twee projectleiders hebben vrijgemaakt voor transformatie. Zij doen niets anders dan de connectie leggen met vastgoedeigenaren en dan vooral de eigenaren die passen bij onze visie op de binnenstad.”
Waar kunnen Stadsgoed en de gemeente elkaar nóg beter bij helpen?
“Ik denk in de match van initiatieven van potentiële leuke, jonge ondernemers en dat spel spelen met elkaar. Dus hoe vergroten we het speelveld met elkaar van potentiële goede ondernemers en delen we dat aan de voorkant meer met elkaar? Daar kan nog een professionaliseringsslag in plaatsvinden.”

En waar kan Stadsgoed zelf nog een slag slaan?

“Mijn stokpaardje is altijd, ook richting de andere deelnemers van Stadsgoed, om ruimte te geven om buiten de parameters wat vaker onrendabel aan te kopen. Dat zijn ingewikkelde discussies, maar je moet echt wel een beetje lef hebben en je nek durven uit te steken om strategische plekken te kunnen veranderen. Er is wel een kleine aanpassing geweest waardoor er iets meer ruimte is ontstaan. Stadsgoed zal ook met de tijd mee moeten en zich moeten ontwikkelen. Hoe gaan we buurten betrekken bij onze deelneming? Hoe kunnen die daar op een bepaalde manier toch een vertegenwoordigde rol in krijgen? Daar valt nog wel iets te doen.”