We Live Here: een ontmoetingsplek voor buurtbewoners én toeristen
Een sprong in het diepe en we kijken wel waar we belanden. Dat was een beetje het gevoel toen een groep bewoners van het Wallengebied in de zomer van 2018 bij elkaar kwam om de groeiende drukte te bespreken en te onderzoeken hoe zij de omgeving leefbaar kunnen behouden. Uit die bijeenkomst rolde de campagne We Live Here, dat op het Oudekerksplein een eigen centrum heeft. Dat is uitgegroeid tot een ontmoetingsplek voor buurtbewoners én toeristen.
Op een steenworp afstand van dat centrum schuiven vrijwilligers Edwin, Helen, Yung en Gione aan voor een uitgebreid gesprek over We Live Here en het Wallengebied. Ja, ook in de Koffieschenkerij is het al vroeg druk.
En het is toch vooral die drukte die veel mensen ervan weerhoudt om het centrum op te zoeken. “Ik vraag heel vaak aan mensen die niet in de buurt wonen of ze wel eens in het centrum komen. Die zeggen allemaal nee, want wat hebben ze er te zoeken? Het is te druk en er is geen aanbod. Dat is dus een heel groot probleem”, zegt Edwin. Hij woont al jaren in de binnenstad, inmiddels al een paar jaar aan de Lange Niezel.
Het zijn niet alleen de Amsterdammers die buiten het centrum wonen die er liever niet meer komen. Oók de bewoners voelen dat de afstand tussen het gebied en hen steeds groter wordt. “Het mooiste zou zijn als we gewoon weer een beetje Amsterdam terugkrijgen”, verzucht Edwin.
Dan moet er in elk geval iets worden gedaan tegen de drukte, zo concludeerde een groep bewoners van het Wallengebied een paar jaar geleden. “Voor ons was het een beetje onduidelijk. We wilden wel beginnen, maar we hadden geen idee hoe lang en hoe het project zich zou ontwikkelen. Het idee was dat we als bewoners iets wilden gaan doen tegen de toenemende drukte. Toen zijn een aantal bewoners in gesprek gegaan met de gemeente”, vertelt Edwin.
En daaruit rolde dus We Live Here, dat via de Lange Niezel en de Oudezijds Voorburgwal op het Oudekerksplein is beland.
Oudekerksplein
Gione: “Het was heel spannend toen, want je wist gewoon echt niet welke kant je op ging. We zijn van de Lange Niezel verhuisd naar de Oudezijds Voorburgwal en uiteindelijk op het Oudekerksplein terechtgekomen. Het centrum wordt gebruikt door velen. Het krijgt meer de functie van een buurthuis.”
Yung: “De ruimte is fantastisch. Het is toegankelijk voor heel veel buurtbewoners, ook voor mensen in een rolstoel. Het is een heel makkelijke en praktische ruimte voor ons om onze tentoonstelling van de foto’s van de locals te laten zien en tegelijkertijd ook vergaderingen te houden en evenementen te organiseren. Daar zijn we dus heel blij mee.”
Op de goede weg
In 2019 werd de campagne genomineerd voor de Galjaardprijs, die jaarlijks wordt uitgereikt aan een initiatief op het gebied van publieke communicatie. De concurrentie was niet gering. Ook de Nationale Politie en de gemeente Rotterdam waren in de race. Maar de prijs ging naar We Live Here. “Dat was voor ons een bevestiging dat we op de goede weg waren”, zegt Edwin.
De vrijwilligers bleven zich ondertussen aanmelden, zoals Helen. “Ik werkte bij het Eberhardje. Yung kwam op een dag naar me toe om te vragen of ik het leuk vond om me als vrijwilliger bij We Live Here aan te sluiten. Ik ging even kijken, kwam daar binnen en voelde me meteen thuis. Het is heel gezellig, en de buurt maakt het ook heel erg leuk. Maar ook de buurtbewoners, de mensen die er 33 komen, de nieuwsgierigheid bij toeristen en de gesprekken die je voert maken het allemaal heel prettig.”
Yung: “Ik vond Helen heel enthousiast en heel actief. Het is wel lastig om vrijwilligers te vinden die gemotiveerd blijven om bij te dragen aan wat wij uitstralen. Het hangt ook af van hoe ze in het leven staan, wat voor werk ze doen en of ze er tijd voor hebben. Dat is sowieso lastig met vrijwilligers. Wat wij van een vrijwilliger verwachten? Dat ze het gevoel hebben dat ze bijdragen aan de buurt. Dat je je niet alleen thuis voelt in het centrum met het verhaaltje vertellen wat wij precies doen, maar ook dat je gewoon zelf initiatieven hebt die bijdragen aan de cohesie van de buurt.”
Woongebied
Hoe meer vrijwilligers zich aanmelden, hoe luider de boodschap klinkt. De meeste bewoners van het Wallengebied hebben zich er inmiddels bij neergelegd dat de drukte er waarschijnlijk altijd zal blijven, maar het is nog altijd het doel om de bezoekers op het hart te drukken dat er in deze buurt óók wordt gewoond. Dat blijkt een stuk makkelijker gezegd dan gedaan.
Gione: “Mensen zijn gewoon verbaasd dat het een woongebied is. En dan heb ik het niet alleen over de buitenlandse bezoekers, want zelfs de Nederlander is verbaasd. Als iemand aan mij vraagt waar ik woon en ik zeg het Wallengebied, dan kijkt de huidige Amsterdammer ook met zulke ogen dat er eruit rollen van: er wonen hier toch geen mensen? Maar sinds de Covid-jaren komen er steeds meer jonge mensen in deze buurt wonen. Je ziet weer mensen met jonge kinderen, er worden kinderen geboren. De balans wordt heel anders.”
Yung: “We zijn wel echt een dorp in de stad. Als je naar de slager gaat of naar de visboer; je kent elkaar een beetje en je groet elkaar. Door het centrum van We Live Here hebben we onze buren ook leren kennen en dat zorgt ervoor dat we contact met elkaar maken.”
De invloed van Stadsgoed
De gemeente trof de afgelopen jaren meerdere maatregelen om de drukte en overlast op de Wallen enigszins te beperken. Welke maatregelen nodig zijn om van het Wallengebied een plek te maken waar je fijn kunt wonen en leven, is volgens Yung een ‘heel moeilijke discussie’. Voor Gione staat ‘rust’ met stipt op één.
Yung: “Dat iedereen er gewoon voor zorgt om zijn eigen stoepje schoon te vegen.”
Edwin: “Ik denk dat Stadsgoed een mooi voorbeeld is. Het gaat vaak over de invulling van ruimtes. We hebben nu de Duck Store in de Lange Niezel gekregen. Daar zit ik echt niet op te wachten. Dat is geen diversiteit, maar monocultuur. Die heb je al heel veel in de stad. Het mooiste zou zijn als we gewoon weer een beetje Amsterdam terugkrijgen. Niet die monocultuur, maar juist de diversiteit aan winkelaanbod. Vroeger had je bijvoorbeeld een tandenborstenwinkel en die was fantastisch, of een winkel met heel veel vintage. Die verscheidenheid maakt het juist zo leuk.”
Yung: “Ik denk dat een Stadsgoed wel kan bepalen welke mensen en bedrijven er in de panden terechtkomen.”
Edwin: “Dat is ook van invloed, maar er is daarbuiten nog zoveel. Als alles eigendom was van Stadsgoed, dan was het allemaal een stuk beter. Dan zouden er ook geen Duck Stores meer komen.”